Evangelisch Werkverband

Huidig pad: Home » Vernieuwing » Vernieuwing en Israël

De trouw van God aan Israël

De trouw van God aan Israël

Als God Abram roept om in Hem te geloven dan sluit Hij een verbond met hem. Een verbond dat God zal bevestigen aan Izaäk, Jakob en de latere kinderen van Israël. Dit verbond behelst de beloften van God aan zijn volk. God belooft dat Israël tot een groot volk zal worden, dat zij die Israël zegenen zelf gezegend zullen worden en omgekeerd dat zij die Israël zullen vloeken zelf vervloekt zullen worden. God belooft het land Kanaän en ook dat door het nageslacht van Abram alle volken der aarde gezegend zullen worden.
Deze beloften van God worden door het volk Israël de toekomst in gedragen. Daarbij is het de roeping van Israël om de lof aan God gaande te houden, om Gods heerlijkheid uit te stralen en Gods heil bekend te maken. Het is duidelijk dat de bijzondere band die God met het volk heeft uiteindelijk tot zegen zal zijn voor de gehele aarde en de profeten getuigen ook van die heerlijke toekomst.

Het is ook duidelijk dat de aanwezigheid van God voor zijn volk en de vervulling van de beloften alleen door kunnen gaan als het volk God blijft dienen en in zuiverheid en heiligheid God blijven aanhangen. In dat kader moet het geschenk van de wet worden gezien en de tempeldienst. Toch blijkt de menselijke kant van de relatie tussen God en zijn volk uiterst broos en kwetsbaar. Het zijn opnieuw de profeten die voorzeggen dat God uiteindelijk zal ingrijpen en dat God zelf de vervulling van zijn beloften zal veilig stellen. Met de komst van Jezus Christus wordt het nieuwe verbond ingesteld. Jezus zelf sluit het aan de vooravond van zijn sterven met zijn discipelen, die als de twaalven de stammen van Israël vertegenwoordigen. Het nieuwe van het verbond is niet dat alle beloften van het voorafgaande verbond worden ingetrokken, maar dat zij, ook de landbelofte, verzekerd worden en bevestigd worden in het bloed van Christus en in de gave van de Heilige Geest. De woorden van Jeremia 31 : "Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten."worden vervuld. Paulus schrijft, dat hoeveel beloften van God er ook zijn, zij "ja en amen"zijn in Christus.

Het is een misvatting om te denken dat het oude verbond, het verbond met Israël is en dat het nieuwe verbond gereserveerd is voor de kerk. Ook het nieuwe verbond gaat over de beloften van God aan Israël. Het is dan ook onjuist om het Oude Testament te zien als dat deel van Gods woord dat over Israël gaat en het Nieuwe Testament als dat wat gaat over de kerk.

Oude en Nieuwe Testament horen bij elkaar en vormen een eenheid. Ook het Nieuwe Testament van het geboorte-evangelie tot en met het boek Openbaring kan niet verstaan worden zonder te kijken naar het volk Israël.

Het verbond van God met Israël is eeuwig. De profeten hadden daarvan gesproken.
Jesaja predikte : "Dit is Mij als in de dagen van Noach: zoals Ik gezworen heb, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen, zo heb ik gezworen dat Ik niet meer toornig op u zal zijn noch u zal dreigen. Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de Here."

Hoewel vele Joden in Jezus geloven en zich aansluiten bij de gemeente van Christus, is er toch een groot gedeelte dat weigert in Hem de beloofde Messias te zien. In Romeinen 9 -11 gaat Paulus daar uitgebreid op in. Paulus spreekt over een verharding en concludeert dat de beloften aan Israël blijkbaar worden verder gedragen door dat deel van Israël dat in Jezus Christus gelooft. Tegelijk beklemtoont hij dat God de rest van zijn volk niet verworpen heeft en dat zij geliefden zijn en blijven "om der vaderen wil". Immers Gods roeping en zijn beloften zijn onberouwelijk.

Terug naar top


Site navigatie

Terug naar top


Evangelisch Werkverband